Slapen – ik zou wel willen

Slapen is een hardnekkig thema in het moederschap. En dat is niet omdat we er zoveel van krijgen, meestal.. Heel erg veel moeders en vaders worstelen met slaap. Meestal is hun eigen slaapgebrek een gevolg van kinderen die niet makkelijk in- of doorslapen. Zelf ben ik momenteel slachtoffer van een buikbaby die me wakkermaakt op de meest onchristelijke tijdstippen… Maargoed. Straks uit de buik zal het redelijk snel beter gaan, daar vertrouw ik wel op na ervaring met drie kinderen… Als het tenminste niet een kind zal blijken te zijn met medische vraagstukken zoals reflux, want dat laat ik hier even buiten beschouwing.

Laatst belandde ik weer eens in een moeilijke discussie rondom samenslapen. Ik vind dat vooral bijzonder ingewikkeld omdat er veel mensen blijken te zijn die graag met getrokken zwaard op het discussie-platform verschijnen: niet bereid om ook maar een centimeter van hun eigen ideeën af te wijken, niet bereid om respect op te brengen voor moeders met andere wensen of ideeën. Daar heb ik nogal veel moeite mee, want we zijn nou eenmaal allemaal anders. Je kunt echt niet één recept voorschrijven dat voor elke moeder werkt of goed voelt. En dus is het mijns inziens niet zo zinvol om een oordeel te vellen over iets dat voor een ander werkt. Het gaat erom dat iets werkt. Ook op de lange termijn. En als dat zo is, HALLELUJA! Dan mogen we in onze handjes knijpen, want dat is helemaal niet vanzelfsprekend.

DE TWEE MEEST VOORKOMENDE SLAAPSITUATIES
Laat ik dus als eerste zeggen dat je meerdere keuzes kunt maken.

1. Je kunt kiezen voor een family-bed; het beroemde samenslapen: met mama, papa en kroost op 1 kamer of zelfs in 1 (extra)groot bed. Hele volksstammen doen het zo en zweren erbij.
Dit kent veel voordelen: Kinderen hoeven geen afscheid te nemen voor het slapengaan, ouders liggen er namelijk altijd naast. Als er iets is, ben je erbij. Nachtmerries, een nachtelijke (borst)voeding, een slokje water, een knuffel, alles is binnen handbereik en er hoeft niet geschreeuwd en gehuild te worden. Nadeel: je hebt als ouders geen privacy meer als het aankomt op je seksleven of ongestoorde nachtrust. Sommige ouders vinden dat helemaal niet erg; verplaatsen het seksleven naar een andere ruimte, doen het rustig naast hun slapende kroost en hebben genoeg aan de slaap die ze krijgen, ook al wordt die soms onderbroken.

2. Je kunt er ook voor kiezen om je kinderen op een eigen kamer te laten slapen. In onze Westerse wereld is dat een beetje de norm geworden, dankzij grotere huizen; een welvaartsdingetje, eigenlijk.
De voordelen liggen voor de hand: je kind krijgt een eigen ruimte, waar vaak ook plek is om te spelen, een eigen plek voor de kleding en eventuele knutselspullen, een plek om zich terug te trekken uit een druk gezinsleven, voor oudere kinderen ook een plek om huiswerk te maken of lekker te dagdromen. Voordeel voor de ouders: nachtelijke privacy en ongestoorde(re) nachten. Nadeel: als er wat is met je kind(eren), moet je eruit: de kamer uit, naar de kinderkamer, en dat duurt natuurlijk iets langer dan wanneer je ernaast ligt. Daarnaast moet je ervoor zorgen dat je je kinderen wel hoort als er wat gebeurt: dus deuren tussen de kamers open of een babyfoon.

Naast deze twee extremen, zijn er allerlei mengvormen en tussenoplossingen te bedenken. Bijvoorbeeld: in principe een eigen kamer, maar bij ziekzijn of emotionele spanningen wel samen slapen. Of: bij het inslapen bij je kind gaan zitten/liggen tot het slaapt. Of: één van beide ouders verhuist naar een logeerbed zodat er ruimte komt voor 1 of meer kinderen die niet alleen willen liggen. De ouder die in het logeerbed belandt heeft dan een nacht ongestoorde slaap, wat wellicht hard nodig is… 😉

MAAR DIE IN- EN DOORSLAAPPROBLEMEN DAN??
Slaapdeskundige Stephanie Lampe slaat met dit filmpje de spijker op z’n kop. Ze heeft het over vier oorzaken van de zogenaamde bedtijd-battles:
1. te vroeg overgegaan op een groter bed
2. inconsequent / onduidelijk zijn van ouders
3. kind is oververmoeid
4. “er zit een kop op”, wat zoveel zegt als: je kind heeft een sterk karakter, een hardnekkig eigen willetje.

1. Zorg ervoor dat je niet te vroeg overgaat op een groter/groot bed. Kan het kind de nieuwe ‘vrijheid’ van geen ledikantgrenzen al aan? Of heeft het nog wat omhulling nodig? Dat kan met een klamboe, een hemeltje of een hekje of wat andere hulpmiddelen opgelost worden. Zelf wilde ik altijd het liefst een bedstee: een mini-slaaphuisje. Voelde me verloren in mijn relatief grote kamer.

2. Wees consequent. Dat kan in mijn oren zo’n nare militair-discipline-achtige klank hebben. Ik zeg liever: wees duidelijk en betrouwbaar. Als je zegt: ‘het is bedtijd, je moet gaan slapen.’ accepteer het dan niet als je kind steeds uit bed komt door het weer mee te nemen naar de huiskamer met een ‘vooruit dan maar’. In feite is jouw woord dan dus niet betrouwbaar. Blijf bij je besluit. Je kunt dan wel zeggen: ‘ik blijf er nog even bij.’ Of: ‘Ik ga hier even lezen, dan wacht ik tot je inslaapt.’ Maar hou je bij het besluit dat het bedtijd is. Anders blijft je kind het proberen. Sterker nog: het voelt daarna de NOODZAAK om elke uitspraak te testen op betrouwbaarheid. Daar wordt het alleen maar onrustiger van. Zeg dus geen ongeloofwaardige dingen of iets waar je helemaal niet achter staat. Want als je er later op terug moet komen ben je weer onduidelijk / inconsequent / onbetrouwbaar. Maar als jouw kind weet: naar bed = naar bed, dan hoeft het daar niet over te twijfelen en dat levert rust op. Het helpt ook als je duidelijk bent over de bedroutine. Daar kom ik straks op terug.

3. Om te kunnen slapen moet je moe zijn. Maar niet TE moe. Want wie TE moe is, kan juist weer niet inslapen. En dat geldt zeker voor jonge kinderen. Ze zijn ‘over hun vermoeidheid heen’. Typische verschijnselen hiervan zijn: heel hard rennen, gieren, keihard lachen, juist te wild gedrag en veel grapjes maken en dan de bekende struikel/valpartij met dikke tranen. Wij zeggen dan vaak: ‘Oeps. Te laat. De remvloeistof is op!’ Dan zit er maar 1 ding op: direct in bed en erbij blijven tot het rustiger is. Desnoods ernaast gaan liggen, even masseren, een beetje lavendelolie op het ruggetje in 8jes rustig inwrijven. Als oververmoeidheid vaak een probleem is, moet je de dag kritisch bekijken. Als er nog een slaapje overdag is, kijk of dat wel op tijd gebeurt. Het 5-5 ritme is een goede voor peuters met nog 1 slaapje. Dat betekent: na het opstaan 5 uur wakker, middagslaap, en dan weer 5 uur tot het bedritueel voor de nacht. Vooral die tweede wakkertijd moet niet te lang en ook niet te enerverend zijn. Denk aan prikkels: feestjes, pretparken en TV. En soms is een schooldag ook al heel vol en vermoeiend. Overprikkelde kinderen moeten eerder en langer bijkomen van de dag.

4. Als je een temperamentvol kind hebt dat heel goed weet wat hij/zij wil, prijs je dan gelukkig. Dat zijn later vaak de meest gelukkige en succesvolle mensen. Maar hen grootbrengen is ook een extra grote uitdaging. Dit zijn kinderen die al op jonge leeftijd doorhebben dat ze invloed hebben en die willen ze maar al te graag uitoefenen. Je moet elk kind serieus nemen, maar deze kinderen EXTRA serieus. Dat doe je door hen invloed te geven op een manier die past bij hun leeftijd en de situatie. Peuters mogen bijvoorbeeld niet zelf weten hoe laat ze naar bed gaan. Maar ze mogen wel zelf weten of ze hun witte of hun blauwe pyama aan willen. Geef ze waar mogelijk een realistische keuze uit hooguit 2 of 3 dingen. Dan hebben ze echt iets te kiezen, maar kunnen ze het niet verkeerd doen. Kondig de dingen die staan te gebeuren, vantevoren aan. Zeg bijvoorbeeld: ‘na het eten mag je nog 1 grote toren bouwen of nog 5 minuten met de treinbaan spelen, en daarna gaan we naar boven.’ En houd je daar dan ook aan. Het kind heeft een keuze, het weet wat jij wilt en er is geen twijfel mogelijk over dat wat er te gebeuren staat. Die rust doet heel veel goeds, zeker voor het slapengaan.

BEDTIJDROUTINE – ZO DOEN WIJ HET
Mark en ik brengen 9 van de 10 keer samen de kinderen naar bed. Afwisselend ik de kleuter en hij de peuter. Wij gaan na het eten altijd meteen door: Emile krijgt een poepverhaal. Zo heet dat hier, haha!! Hij gaat dan naar de wc en heeft standaard na het eten een grote boodschap. Eén van ons leest ondertussen een boekje voor, zittend op het toiletkrukje… Je mag het raar vinden, hoor. Is bij ons zo gegroeid en werkt. Olaf wordt verschoond en geknuffeld op het aankleedkussen. Dan gaan we samen naar boven, poetsen samen de tanden van de jongens en zingen ondertussen samen (tweestemmig!) ons tandenpoetsliedje. 😇Pyama en/of slaapzak aan, dikke kussen en knuffels en dan stoppen we de kinderen in. Dan wisselen we om, om het andere kind ook nog te knuffelen en welterusten te wensen. Muziekdoosje en babyfoon aan, dan gaan we naar beneden om de keuken en de tafel samen op te ruimen en te genieten van onze avond. Soms moet 1 van ons nog een keer terug als de jongens (meestal de jongste) nog aan het ravotten zijn, maar meestal slapen ze dan binnen 10 minuten. Voordat wij zelf gaan slapen, sluipen we nog even de kamer in: een kusje op de slapende hoofdjes, de dekens recht trekken, evt nog een raampje open of dicht, nachtlampje aan, babyfoon uit, en dan zetten we de deur open zodat wij ze horen als er ’s nachts iets is. Soms is 1 van beide jongens echt onrustig of is er een nachtmerrie of ziekzijn. Dan nemen we het slachtoffer bij ons in bed als hij dan tenminste slaapt. Maar Mark en ik kunnen er allebei niet goed tegen en slapen dan zelf meestal slecht. Naast de jongenskamer hebben wij een logeerkamer met een twijfelaar (bed is 120 breed). Daar gaat 1 van ons dan met het onrustige kind slapen. En dan is het vaak voor iedereen het rustigst.

Hoe doe jij dit?

https://youtu.be/cw4M33c-OK4

Geplaatst in Artikelen van Susannah, Het kleine kind en getagd met , , .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *