Het probleem van broers en zussen

foto van Moederschap in ontwikkeling.Je wordt vader en moeder en na een poosje lijkt het een goed idee om nog een kindje te verwelkomen. En dan heb je er twee. En dat lijkt zo leuk; twee kleintjes die met elkaar kunnen spelen, je ziet het al voor je in die eerste weken zwangerschap: hoe de oudste je baby kusjes geeft, hoe het de baby de fles mag geven of op schoot mag hebben. Je ziet allemaal liefdevolle, gezellige interactie. En twee jaar later weet je niet hoe je het hebt: ze vechten elkaar de tent uit! Of ze trekken aan elkaars haren! Of de oudste gaat slaan omdat de jongste de treinbaan of de blokkentoren kapot heeft gemaakt! En de jongste stompt terug! Krabt de oudste de schrammen op de neus!! Huilen en brullen en schreeuwen! NEEEEEE!!!!!

Als ouder sta je tussen twee vuren: in eerste instantie wil je de jongste beschermen: dat is immers de kwetsbaarste van de twee. Maar je ziet misschien ook dat de frustratie van de oudste niet onterecht is. En je begrijpt de wanhoop als alles dat met zorg gemaakt is, door een olifantje in de porseleinkast kapot wordt getrapt. Aaargh!!!

Natuurlijk moeten we ingrijpen als de één de ander fysiek geweld aandoet. Stoeien kan, boos worden mag, verdrietig zijn is helemaal oké en frustratie mag er ook zijn. Maar er ligt een grens bij geweld. Daar heb je als opvoeder de taak om dat te stoppen. Liefst op een manier die rustg, kalm en vol vertrouwen is: “Ik laat je niet slaan, dat doet pijn.” Als het kind dat agressief wordt, echt doorslaat, is er maar één manier: haal hem/haar uit de situatie: optillen en samen naar de gang of de slaapkamer of een andere plek waar de emotie kan uitrazen zonder dat er gewonden vallen.

Maar in alle andere gevallen is het genoeg om in de buurt te zijn of er even naast te gaan zitten om er echt met je aandacht bij te zijn zodat je op de rem kunt trappen als dat nodig is. Heel beheerst zijn en die maaiende arm tegenhouden, op tijd liefst. In de tussentijd laat je merken dat je ziet wat er gebeurt, maar dat je niet oordeelt. Dat is de kern. Je weet namelijk niet wat er zich in hen afspeelt. Wat écht hun motivatie is om dit of dat te doen. Probeer alle acties te registreren zoals een videocamera zou doen. “Sportscasting” noemt Janet Lansbury het. Als een sportverslaggever registreer je de bewegingen, de acties en de reacties. Het helpt ook voor je kinderen als je dat hardop doet. Ik zei vanmiddag zoiets “Emile heeft het groene balletje en Olaf probeert het nu te pakken. Emile trekt z’n hand weg en geeft Olaf een duw. Olaf zet zich schrap en klimt nu op de bank om er beter bij te kunnen… HO OLAF! IK LAAT JE NIET SLAAN. Emile, geef jij de bal aan Olaf als je klaar bent? Oh! Mag hij hem nu al?! Dankjewel!”.

Voordat ik dit leerde, zei ik in zulke gevallen al heel snel: “Emile, pak jij even een andere bal en geef deze maar aan Olaf” ofzoiets. Of ik werd boos omdat Olaf iets wilde afpakken. Maar weet je, dat weet je dus echt niet als ouder. Het kan net zo goed zijn dat Olaf eerst dat balletje al had. Of dat hij helemaal de bal niet persé wil, maar gewoon samen wil spelen. Het grappige is, dat je met dat verslaggeven geen oordeel hebt. Een voetbalreporter vindt nooit de ene voetballer leuker dan de andere in zijn verslag. Hij registreert pur sang en heeft geen mening, hij kijkt puur naar wat er gebeurt. Het gedrag van onze kinderen weerspiegelt hun gevoel. Het heeft geen zin om dat gevoel goed of slecht te vinden. Het helpt niet als wij iets beoordelen als lief of gemeen. Onze kinderen kunnen pas ‘bij zinnen’ komen als we hen volledig accepteren, compleet met hun nare agressieve en soms onredelijke gedrag. Want op zulke momenten weet je zeker dat ze zich ook zo voelen, want het is niet leuk om iets af te pakken, kapot te maken of te moeten slaan. Die acties komen voort uit een gevoel dat daarvoor al was ontstaan. Het gedrag kunnen we misschien niet op prijs stellen, het is wel logisch.

foto van Moederschap in ontwikkeling.Als onze kinderen ergens mee worstelen hebben ze onze liefdevolle hulp het hardst nodig. Hoe vreselijk is het als je iets doet wat je helemaal niet wilt, je de woede op de hals haalt van je slachtoffer en vervolgens ook nog alle liefde van je veilige basis, je ouders verliest? Dat beangstigt en in het ergste geval beïnvloedt het de eigenwaarde en het zelfvertrouwen op de lange termijn. Wij moeten laten zien dat we hen accepteren, ook met dit onhebbelijke gedrag zo nu en dan. Hoe kunnen zij anders leren van elkaar te houden na zulk gedrag van elkaar te hebben ervaren?

Geef hen de kans het zelf te doen. Wachten is een hele belangrijke… Wees geduldig en kijk mee om te zien hoe ze het zelf kunnen oplossen. Grijp niet vroegtijdig in, want je ontneemt ze de kans om het zelf te leren oplossen. Soms lijkt een probleem in onze ogen ook veel groter dan het voor de kinderen is. Zij zetten zich ergens veel makkelijker overheen. Ze zijn niet haatdragend en maken van hun hart geen moordkuil. Ze zeggen wat gezegd moet worden en ze huilen als er verdriet is. En daarna gaat het leven verder.

Bij een groter leeftijdsverschil kan het helpen om een grondbox te hebben voor de baby of juist voor de treinbaan van de oudste. Zo creëer je soms letterlijk de grens van veiligheid en plezier omdat je kinderen elk op eigen terrein écht hun eigen gang kunnen gaan.

Maar laat hen ook worstelen en zoeken. En zelf meedenken door te vragen: “Hoe kunnen we dit oplossen?”
Kinderen kunnen meer dan je denkt!

Hulp nodig? Stuur me een mail naar moederschapinontwikkeling@gmail.com

www.moederschapinontwikkeling.nl

Geplaatst in 4 en 5 jaar, Artikelen van Susannah en getagd met , .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *