De eigenzinnige kleuter

foto van Moederschap in ontwikkeling.Ik had vanavond een mooi telefonisch half uur consult met een mama van twee, waarvan de oudste sinds kort naar school gaat. “Hij is zó veranderd! Werkt niet meer mee, wordt brutaal, oostindisch doof, wil ineens van alles NIET als het moet, of juist WEL als het niet mag… WAT MOET IK DAAR NOU MEE??”

Herkenbaarder kon het bijna niet. Precies die worsteling heb ik 2,5 jaar geleden met Arend gehad en hebben we nu nog vaak met onze Emile, die nu ruim 4,5 is en sinds afgelopen zomer naar school gaat.

Het is niet niks. Voor het eerst naar school. En al helemaal als je de oudste bent. Ineens kom je in een ruimte waar ALLES nieuw is en waar je NIEMAND kent. Helemaal in je uppie overgeleverd aan een juf en minstens 20 andere kinderen die je nog nooit eerder hebt gezien.

Als je als volwassene in zo’n situatie komt, is dat al spannend. Hoe stoer je ook bent, je kijkt even de kat uit de boom en bent op je hoede: wie zijn dat hier allemaal? Waar ben ik? En heel voorzichtig zoek je aanknopingspunten; mensen die je vriendelijk toeknikken, iemand die misschien jouw kledingstijl heeft, iemand die je om wat voor reden dan ook aantrekkelijk of bewonderenswaardig vindt.

Kinderen zijn de wereld aan het ontdekken. En ze leren door nabootsing. En eigenlijk kun je ze het beste beschouwen als kleine, nieuwsgierige en leergierige laboranten in een waanzinnig groot en complex laboratorium. Ze onderzoeken álles. Niet omdat ze zich dat voornemen, maar meer vanuit een soort reflex: ze kúnnen niet anders. Alleen op die manier kunnen ze verder komen, groeien en zich ontwikkelen.

Tijdens dat onderzoek kijken ze nauwlettend naar jou als opvoeder. En ze lezen je reacties. Als ze iets doen dat een reactie uitlokt, is dat niks meer of minder dan een reactie. Ze geven er nog weinig inhoudelijke waarde aan. De reactie an sich is gewoon interessant. Denk aan de laborant die geboeid naar de reageerbuis staart waar hij net een nieuwe, onbekende combinatie in heeft gegoten en hij bestudeert het effect. Hij heeft geen oordeel, geen verwachting. Maar als er wat gebeurt, zal hij het noteren, en herhalen in verschillende verhoudingen en context om te zien hoe de reactie verandert of stabiel blijft.

Als je kind dus ineens thuiskomt met een scheldwoord, of je straal negeert, of plotseling verzet toont waar eerder altijd gewoon medewerking was, dan is dat een BIJZONDER INTERESSANT EXPERIMENT, dat herhaald en getest zal worden tot het niet meer interessant is. Ik herhaal: TOT HET NIET MEER INTERESSANT IS.

Wat moet je dus doen als ouder bij dergelijk gedrag wanneer je dat niet wilt stimuleren? Blijf gewoon kalm. Blijf bij jezelf. Overtuig je er nu van dat je kind met rare dingen thuis gaat komen en VERWACHT dat ook, want d

at is namelijk LEEFTIJDSADEQUAAT. (sjonge, wat gebruik ik veel hoofdletters… ik geloof dat ik iets duidelijk wil maken, haha!)Hoor de gekste dingen aan, zonder ervan te schrikken en denk even: Ohja, dat hoort erbij. Reageer zo kalm mogelijk, alsof je kind iets doet waarvan je wist dat het zou komen, wat heel normaal is en totaal niet schokkend. En daarna neem jij gewoon weer de leiding.

Bij ons wil Emile bijvoorbeeld niet zelf naar de wc lopen. Hij vertikt het gewoon, ondanks alle nadelen van in je broek plassen. Omdat hij heeft gemerkt dat wij daar een punt van maakten, werd het een interessant experiment om te kijken ‘wat als ik gewoon niet ga’? En nu schrik ik gewoon niet meer als hij weigert, maar hoor het kalm aan en neem de leiding: “kom maar, ik help je wel even.” Ik maak er weinig woorden aan vuil. En laat zien dat ik wel weet wat er moet en niet boos word, maar dat zijn tegenzin me in ieder geval niks doet.

Soms helpt het als ik visualiseer dat ik de liefdevolle, maar oh zo zelfverzekerde CEO ben, die nergens meer van opkijkt en de medewerker die een fout maakt zonder enige schroom en twijfel terecht wijst. Of de Superman/Superwoman die in nood precies weet wat er moet gebeuren, en sla ik in gedachten de rode heldenmantel om m’n schouders. Dan weet ik het ineens wél. Dan durf ik op m’n intuïtie te vertrouwen.

Kinderen zijn kinderen. Hun hersens zijn nog niet af. Hun blik op de wereld is nog als een ongefocuste camera; alles komt in beeld, maar slechts weinig is scherp. Die scherpte en focus moeten wij voor hen zijn. Wij zijn als een goede gids door onbekend gebied: pas op, daar is drijfzand, kom hier kijken, hier vind je de mooiste fossielen, pas op, er dreigt gevaar.

Als wij onze kinderen op die manier, kalm en zelfverzekerd kunnen begeleiden, krijgen zij de ruimte om onbezorgd kind te zijn. Daarbij moet je soms liefdevol maar duidelijk ‘nee’ zeggen. Daarbij moet je goed luisteren naar wat bij jou past en wat niet. Daarbij kijk je naar je kind én naar jezelf. Zodat je kind geen energie hoeft te besteden aan experimenten die hemzelf en jou in een moeilijke positie brengen. Zodat ze niet de macht krijgen die ze nog niet kunnen hanteren.
www.moederschapinontwikkeling.nl

Geplaatst in Uncategorized.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *